Leerlingen op een rij met schriften

Onderzoek

Onderzoekers kunnen -onder specifieke voorwaarden- zelfstandig aan de slag met de NCO-data. De beveiliging en anonimiteit van de gegevens worden daarbij altijd gewaarborgd.

Zelf onderzoek doen met de NCO-data

Het NCO is een combinatie van gegevens van DUO (BRON), van de Inspectie en het CBS uit het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden. De gecombineerde en geanonimiseerde gegevens zijn opgeslagen in de streng beveiligde omgeving van het CBS. Deze dataset kan door wetenschappers worden geanalyseerd, en vormt ook de basis voor het module-onderzoek (zie hieronder). Deze onderzoekers moeten verbonden zijn aan een instelling die geautoriseerd is om remote access-onderzoek bij het CBS te doen. Na toestemming van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek kunnen onderzoekers toegang krijgen tot de NCO-data bij het CBS als ook het CBS daarvoor toestemming verleent. Via een gebruiksvriendelijke interface kunnen zij in de remote access-omgeving direct data koppelen.

Kosten
Aan remote access-onderzoek zijn kosten verbonden. Deelnemers aan ODISSEI kunnen gebruik maken van de microdataregeling, waarmee ze onder voorwaarden in aanmerking komen voor een vergoeding.
» bekijk 2 kostenvoorbeelden van microdataonderzoek

Toestemming aanvragen
De dataset en de bijbehorende documentatie zijn met ingang van 5 oktober 2018 beschikbaar. Voordat gestart kan worden met het onderzoek, is zowel toestemming van het NRO als van het CBS nodig.
» toestemming aanvragen

De NCO-dataset

De basale NCO-dataset (het “ruggengraatbestand”) omvat in eerste instantie:

  • 1 set met longitudinale data van leerlingeninstroom in het po;
  • 1 set met longitudinale data van een uitstroomcohort uit het po;
  • 1 set met longitudinale data van leerlingeninstroom in het vo;
  • stabiele achtergrondkenmerken: gender, immigratieachtergrond, opleidingsniveau;
  • een aantal variabele achtergrondkenmerken.

Toekomstige mogelijkheden
Aan het NCO zullen de komende jaren variabelen worden toegevoegd. Uit bestaande registers, maar ook uit leerlingvolgsystemen en surveyonderzoeken. Naarmate er meer wordt toegevoegd, groeit de waarde van het NCO, voor zowel de onderwijspraktijk als het onderwijsbeleid. In het voorjaar van 2019 krijgt het NCO-bestand een eerste uitbreiding met andere kenmerken, en worden de data verder verfijnd en geschoond. Wanneer ook (inter)nationale surveys gecombineerd kunnen worden met de NCO-data, zijn onderzoekers minder tijd kwijt aan de werving van scholen en blijft meer tijd over voor bijvoorbeeld nadere analyse. De NCO-coördinatoren hebben contact met verschillende onderzoekers om de condities hiervoor te verkennen.

Onderzoek uitvoeren als onderdeel van NCO

Voor diverse activiteiten in het kader van het NCO zijn onderzoekers nodig. Bijvoorbeeld om de data uit verschillende leerlingvolgsystemen te verzamelen en ijken, of om gegevens te verzamelen over de ontwikkeling van cognitieve prestaties.

Ook is het NCO verantwoordelijk voor de coördinatie van de NCO-modules: onderzoekers ontvangen dan subsidie om -vaak voor specifieke thema’s- te werken met de NCO-data, in combinatie met bijvoorbeeld CBS-data of met eigen (nog te verzamelen) data. Wie het eerste module-onderzoek mag uitvoeren t.w.v. € 600.000 wordt in december 2018 bekendgemaakt na de selectieprocedure door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). Een van de eisen is dat het onderzoek fundamenteel en strategisch is, en empirisch en analytisch van aard. Het moet ook een bijdrage leveren aan maatschappelijk relevante vraagstukken. De data die in dit module-onderzoek worden gegenereerd, worden binnen een jaar na oplevering van de data beschikbaar gesteld aan de wetenschappelijke gemeenschap.